Een lange tijd geleden dat ik iets van mij heb laten horen.
(bijna drie maanden)
Een lange tijd met vele veranderingen. 

Tijdens mijn fiets avontuur door de staten Victoria en New South Wales ben ik verliefd geworden op het land. De openheid, de natuur en de mensen. De rust, het groen en de mentaliteit. Hoe langer ik onderweg was, hoe meer plekken ik wilde zien. Dit zorgde ervoor dat ik een tijdje terug een keuze moest maken..

Ik ben hier gekomen met een working Holiday Visa die 1 jaar geldig is. Daarna moet je het land verlaten en heb je alleen nog de mogelijkheid om op een toeristen visum terug te komen (die niet langer is voor een periode van drie maanden). 

Tenzij je werkt..
Elk visum is anders en elk land heeft zijn eigen mogelijkheden hierin, maar voor de Nederlanders betekent het 88 dagen werken op de farm; compleet je deze dagen met de benodigde uren dan krijg je een second year visa waarmee je weer een jaar langer kunt blijven. 

Farmwork houd in dat je werkt in groente of fruit,
net als in het Westland in Zuid-Holland
(in principe zijn wij hier de polen)

Ik kon mijn fietsreis langs de Oost kust afmaken in de periode dat mijn visum toe liet (tot Augustus), of ik kon ervoor zorgen dat ik weer terug kon komen..

Dagenlang had ik twee stemmetjes in mijn hoofd..

Het was lastig. In mijn hoofd ‘moest ik het uitfietsen’.. ik had mijzelf namelijk een doel gesteld; de Oostkust. Maar ik wilde niet de mogelijkheid bij mezelf wegnemen om niet meer terug te kunnen keren op dezelfde manier als dat ik hier eerder gekomen was. 

Ik kwam tot de conclusie dat reizen ook om aanpassen en gedachteveranderingen gaat. Situaties en prioriteiten kunnen veranderen en zo ook plan A.

Voordat ik mijn huidige situatie vertel, en de ervaringen deel die ik heb beleefd, deel ik graag mijn laatste fietsdagen. 
Er waren namelijk meerdere redenen om een fiets pauze in te lassen..

24 Januari 
Tugun > Beenleigh

Tijd om te gaan. Tijd om het plan bij de daad te voegen; ik zou in één keer naar Brisbane rijden. Dit was ruw 100 kilometer maar vond de plekken tussen in niet waard om te stoppen. En zo had ik mijn zinnen op de volgende grote stad gezet. 

Eerst zou ik langs een highlight fietsen. De Gold Coast; ook wel het Miami van Australië genoemd. Afgelopen dagen had ik naar de skyline gekeken en gefantaseerd over hoe het eruit zou zien (de naam nam hoge verwachtingen met zich mee). Dus na gedag te hebben gezegd tegen mijn huisgenootjes van afgelopen dagen stapte ik weer op de fiets. 

Je merkte hoe dichterbij je kwam, hoe ontoegankelijk het voor een fietser werd. Er worden hier fietspaden aangegeven.. maar dit zijn gewoon voetpaden. Zo ging ik van stoplicht naar stoplicht – langs voetgangers – en door kleine straatjes de boulevard op.  

De boulevard was heerlijk fietsen! Deze was er ook voor gebouwd. Breed en geheel langs het water. Zij werdt gevuld door fietsers, steppers, wandelaars en renners. Het is een sportieve publieke plaats wat een fijne sfeer met zich mee gaf.

In en om de stad zelf word een hoop gebouwd (aangezien de stad zelf nog redelijk nieuw is). Zo vind je een aantal misplaatste gebouwen die over een aantal jaren waarschijnlijk niet meer opvallen zoals zij nu doen. Na de boulevard kwamen er parkjes die mij de stad uitleidde. Weer langs het water, zo de drukte uit. 

Vanaf de Gold Coast heb ik het zwaar onderschat. Normaal gesproken, als de zijwegen erg om waren, ging ik een stuk over de snelweg. Vandaag dacht ik er hetzelfde over; gewoon even snel kilometers maken. Maar deze keer was het anders..

Ik had al moeite om op de snelweg te komen; wat normaal niet zo moeilijk is. Na eindelijk mijn ruimte gevonden te hebben, aan de zijlijn van de weg, begon het getoeter van de de passerende auto’s. Dit bleef een aantal kilometers aanhouden. Met meer dan 130km/u reden zij langs mij en hielden geen rekening met de nieuwe wet van ‘één meter afstand’. 

Net op het moment dat ik bij mezelf had besloten om toch maar te stoppen bij de eerst volgende mogelijkheid raakte een auto mijn zijtas! Dit had als gevolg dat ik lichtjes heen en weer werd geschud waardoor ik mijn hart in mijn keel voelde kloppen.

‘JEZUS’

Ik durfde niet meer verder te fietsen maar had geen keus.

Gelukkig was er een paar honderd meter verderop een benzine station..
Een auto, waarvan ik zag door mijn spiegel dat deze dezelfde afslag als ik moest hebben, bleef half achter/half naast mij rijden. Deze verplichte mij zo, met bescherming, de snelweg af te gaan. 

Dit bleek een gezin te zijn die mij vertelde over de boete die ik kon krijgen en de automobilisten die op deze snelweg GEEN rekening met een fietser houden.

‘Tsja.. dat had ik gemerkt’.

Zij wezen de alternatieve route door verschillende kleine dorpjes (en meer kilometers) richting mijn eindpunt. Een klein stukje de snelweg op – direct eraf – de brug over – en dan parallel langs de snelweg; dat was mijn plaats. 

Deze route leidde mij door heel het landschap. Fijne wegen met fietspad begeleid met bordjes (beetje jammer dat ik deze aboriginal namen maar niet kon onthouden en ik dus bij elke afslag opnieuw mijn eigen kaart erbij moest pakken). 

Het was heet, en ik had niet veel schaduw om in te fietsen. Ondanks mijn trouwe insmeertijd van twee uur, hielp het niet tegen het verbranden. Ik was knalrood.

Aan het einde van de middag was ik nog maar halverwege van waar ik wilde eindigen. Ik was geschrokken van de snelweg en had mezelf niet voorbereid om al deze extra kilometers te maken. Ik besloot om mezelf niet verder te pushen en een slaapplaats te zoeken voor de nacht.

‘Laat je goal van de dag los’.

Zodoende stopte ik bij een Family Center waar ik hoopte op meer informatie in dit ‘middle of nowhere’ dorpje; Beenleigh.

Hier kreeg ik een douche aangeboden (ik was uitgeput en zo zag ik er waarschijnlijk ook uit). Samen met een handdoek en een tas vol toiletartikelen van henzelf werd ik begeleid naar de douche. Wat heerlijk zeg! En zo onverwachts.

“Oke, dus ik zou in dit dorpje de nacht doorbrengen”.

En uiteindelijk had ik geen keus..

Met het trotse gevoel van de beslissing die ik voor mezelf had gemaakt reedt ik de berg af; schoon en wel. En toen ging het snel..

Ik hoorde een geluid vanaf mijn achterwiel, voelde mezelf direct erna slippen en voordat ik kon reageren gleed ik een aantal meters naar beneden..

Ondanks de schrik was ik mezelf ervan bewust dat ik midden op de weg lag. Ik sprong op en sleepte mijn fiets het gras in. 
Ik geschaafd – tas gescheurd – fiets beschadigd.

Hoe is mij nog steeds een raadsel.. 
Maar één van de riempjes van mijn tassen was losgeraakt (gescheurd) en tussen het spatbord van de fiets gekomen. Hierdoor is deze los komen te zitten en had zich verstrikt in de spaken. Het was gewoon knap wat ik zag tussen het achterwiel.

Zat ik daar, op mijn knietjes langs de weg, interessant te doen met het gereedschap dat ik bij mij had. Interessant doen? Ik wist wat ik deed en loste dit op. Beetje losschroeven – afbreken en aandraaien.. ‘kind kan de was doen’ 😉

Het was alleen de tas waar ik niet in vertrouwde. Met een elastiek (die ik bij me had om te trainen) heb ik dit tijdelijk kunnen oplossen. 

Een klein gelukje.. 
Het park waar geslapen kon worden was maar een paar honderd meter verderop. Dit was dus aan te lopen.

De camping was eigenlijk niet voor tentjes zoals ik maar voor campers en auto’s. Ik raakte in gesprek met een stel (met camper), en kon zo mijn tent ‘stiekem’ achter die van hun zetten om het zo te laten lijken dat we bij elkaar hoorde. Dit zou de ranger, die elke ochtend kwam controleren, wel tolereren. 

Dit zelfde stel nodigde mij een aantal uur later uit voor een wijntje.
‘You can use some relaxing!’. 

Drie flessen later gingen we ons bed in.. 

25 Januari 
Beenleigh > Brisbane

Ik wilde fietsen maar durfde het niet aan. Het geluk stond de laatste dagen niet echt mijn kant op. Na die val van de rots, de bijna aanrijding op de snelweg en mijn val van die dag ervoor had ik even geen vertrouwen in het feit dat ik heelhuids aan zou komen. ‘Vertrouw je gevoel’

Na een ochtend koffie met m’n ‘buurtjes’ besloot ik de trein te nemen. Kwam erbij dat het nog geen eens acht uur was en je alleen al na je tent afbouwen onder het zweet zat. 

Weer een gelukje. Bijna naast deze slaapplaats was er een treinstation aanwezig die direct naar Brisbane zou gaan. 

Na een koffie te hebben gehaald en mijn eigen situatie te hebben gerelativeerd besloot ik eerst naar een fietsenwinkel te gaan. Tijdens de treinreis had ik het spatbord meegezeuld en andere reizigers per ongeluk zeer ongelukkig geraakt. Het leek erop dat ik deze eraf kon laten maar wilde het zeker weten.

Enthousiast begon ik met de benenwagen, en de fiets aan mijn zijde, door de stad naar mijn locatie te lopen. Zo kon ik de stad rustig in mij opnemen. Maar al snel veranderde deze mening.. Brisbane is NIET vlak. Heuvel op, heuvel af..  

Toen ik uiteindelijk op het fietspas terecht kwam besloot ik de gok te wagen met de tas en begon rustig te trappen.

Bij de fietsenmaker bestelde ik twee stripes om mijn tas dicht te kunnen houden en besloot het spatbord eraf te houden. De kosten hiervoor waren het immers niet waard.

Ik had een intense reis gehad, een zachte kater van de wijn van de avond ervoor en de zon stond om ‘graadje smelten’. Ik belde een contact op die op een camping een aantal dagen eerder had ontmoet. Zij hadden mij een slaapplaats aangeboden voor als in in Brisbane zou zijn.

Deze laatste honderd meter hadden me gepakt. Nogmaals, Brisbane is niet vlak en de buitenwijken zijn het ergst. Paddington, de plaats waar ik moest zijn, bestond uit stijle en lange heuvels. Met de hitte (hittegolf) lukte het mij nog maar nét om mijn fiets omhoog te duwen; laat staan fietsen..

Ik kwam aan bij het huis en voelde de tranen over mijn wangen glijden.
Ik was verslagen. 

26 Januari 
Brisbane

Verward stond ik op.
Zoveel vragen gingen er door mijn hoofd..

Wat wil ik doen?!

De hitte had mij al een aantal dagen te pakken en door de ‘ongelukjes’ (ik noem het bijna dood ervaringen) van de dagen ervoor voelde het niet meer goed om door te fietsen. Ook kwam er een lichte tijdsdruk bij voor mijn working holiday visa.

Heel de dag heb ik in een parkje gezeten, met uitzicht op de stad zelf, en telefoontjes gepleegd om het voor mezelf op orde te krijgen.

Vijf uur later was mijn plan gemaakt.. Ik zou naar Cairns gaan, via een contact dat ik eerder had gemaakt, om daar te gaan werken. Een fietspauze was de beslissing.

27 Januari
Brisbane

Voordat ik mijn plan zou realiseren had ik een dagje Brisbane gepland. Genieten van het feit dat ik er was!

Ik kan veel over de stad vertellen maar laat het erbij dat dit de fijnste grote stad is die ik tot nu toe ben tegen gekomen. En foto’s zeggen meer dan woorden.

#29 Change of plans

Post navigation


Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *